Artikel Maurits Van der Sypt

We hebben raar opgekeken toen we de lijst van de beroepen overliepen die door de Daknamse inwoners worden uitgeoefend. We ontdekten er warempel een schaapsherder tussen, maar ook een darmenhandelaar en een zeekapitein. Dat onze nieuwsgierigheid gewekt was spreekt vanzelf en dat we die kluif niet wensen te laten rusten is evenmin een wonder. We trokken er dus op af en kregen een lange rij verhaaltjes te horen die we te Daknam nooit hadden vermoed.

Het feit dat er in die gemeente een “darmenhandelaar” woonde, deed bij ons al veel vraagtekens ontstaan. Over dat beroep hadden we echt nog niet gehoord en op het eerste gezicht konden we ons helemaal niet voorstellen wat het te betekenen had.

Maurits Van der Sypt uit de Kerkstraat was een plezierige vent, die onmiddellijk wilde dat we een pintje dronken, vooraleer we over het andere begonnen te praten. De vrouw en de dochter waren er ook bij gekomen en die wilden dat we in de beste kamer gingen zitten.

CHINEES

“Mijn bedrijf is enig in zijn soort en in ons land, omdat wij twee verschillende zaken doen. Enerzijds leveren wij darmen aan de beenhouwers en anderzijds bereiden wij de ‘velletjes’ die moeten dienen voor de salami. Wij verwerken daarvoor alle ingewanden van varkens, die wij kopen in het binnenland of die we, langs een invoerder, uit het buitenland betrekken…”

“Van waar precies?”

“Wel de meeste komen uit Amerika, maar vooral uit China. Ze komen toe in vaten van 170 tot 180kg, helemaal ingezouten en wij moeten ze dan bewerken en gereed maken.

Dat China intrigeerde ons natuurlijk en toen we wat ongelovig opkeken werd de dochter naar de fabriek gestuurd, waar ze een inpakkaartje moest halen dat in de vaten gesloten zat en dat als kwaliteitsmerk moest dienen. We bemerkten aan de ene zijde een paar lijnen Chinese krabbels; dan de andere kant een Engelse tekst, waarin Sheng Yung Keng, een rijksveearts uit Shanghai, verzekerde dat deze gezouten ingewanden afkomstig waren van gezonde dieren, zowel in leven als na het slachten, aan een gezondheidsonderzoek waren onderworpen. Daaruit had men kunnen opmaken dat ze geschikt waren voor menselijk verbruik. De bereiding en verpakking ervan waren met de nodige zorgen geschied zodat er geen gevaar bestond voor de publieke hygiëne.

De zoutkristallen hingen nog aan het kaartje en we zijn dan ook overtuigd dat dit getuigschrift nog een heel lange levensduur beschoren wordt.

GEHEIMPJES

De familie Van der Sypt moet die waren dan verder bewerken. Ze worden ontzouten , gedroogd, gekalibreerd en op model gebracht. Daarna wordt een van de uiteinden dichtgeplakt en dan is het ‘zakje’ waar de salami zal uit groeien gereed. Hoe dat dichtplakken precies gebeurt, wilde men ons niet vertellen. Dat scheen een van de kleine beroepsgeheimpjes te zijn. Maurits Van der Sypt drukte het anders uit:

“Wie zijn zaak uitlegt aan anderen, levert het bewijs dat hij ze beu is…”

Hoe hij er toe gekomen was om dat nogal uitzonderlijke bedrijf uit te oefenen had geen geheimen. Hij werkte eerst bij een paardenslachter te Lokeren, waar hij zijn ogen de kost had gegeven en nadien in een vleeswarenfabriek in het Antwerpse. Naderhand was hij op eigen handje begonnen. Een avontuur dat blijkbaar met welslagen bekroond was. Dat kon men merken aan de keurige inrichting van zijn huis.

(Bron: Het Laatste Nieuws, April 1964)